De Schäfler ligt precies op die overgang, op een kam van ruim 1900 meter, met aan de ene kant het glooiende noorden en aan de andere kant de ruigere bergketen richting de Säntis. De route volgt hier een smalle graat door het Alpsteinmassief, met de Schäflerhut als herkenbaar punt op de kam.
We hadden gedacht dat dit zo’n wandeling zou zijn waarbij snel duidelijk wordt waarom mensen hierheen komen. Kabelbaan omhoog, een stuk lopen en dan dat uitzicht waar je al die foto’s van kent. Alleen was het die ochtend vooral grijs. Toen we opstonden was het zelfs zo bewolkt dat we nauwelijks iets zagen, laat staan de bergen waar we naartoe liepen.
Dat veranderde pas halverwege de wandeling. De wolken trokken langzaam open en ineens lag alles er wel. Niet een beetje, maar volledig. Het uitzicht waar je op hoopt, maar waar je eerder nog niets van zag. Het blijft iets vreemds in de bergen, hoe snel dat kan gaan.
Van brede aanloop naar smalle graat
Af en toe opent het landschap zich richting de Seealpsee, een meer dat ruim vijfhonderd meter lager in de vallei ligt. Van bovenaf zie je vooral de vorm, een lichte vlek tussen de steile wanden. Pas later zie je hoe groot het eigenlijk is.
Na Altenalp verandert het pad. Het wordt smaller en onrustiger. Losse stenen, stukken kalksteen en korte steilere passages zorgen ervoor dat je tempo vanzelf zakt. We kijken daardoor vaker naar onze voeten dan naar de omgeving. Klimmen gaat hier het prettigst in een t-shirt en korte broek, maar boven is het weer totaal anders. Een paar graden kouder, wat wind en af en toe lichte regen. Het blijft daardoor zoeken naar wat je aantrekt en meeneemt.
De wandeling loopt over de ruggengraat van de berg. Rotsachtig, met keien en smalle stukken, maar nergens echt lastig. Je moet opletten waar je loopt, maar het blijft goed te doen. En af en toe even stilstaan helpt ook, al is het maar om weer eens om je heen te kijken.
In mei ligt het landschap er anders bij dan later in de zomer. Tussen de stenen verschijnen kleine bloemen en kleuraccenten, terwijl het gras nog duidelijk moet herstellen van de winter. Het geeft het geheel iets onafs, maar juist daardoor zie je beter hoe het gebied langzaam weer tot leven komt.
De Schäflerhut ligt op 1925 meter hoogte. Een klein gebouw op een richel, dat van een afstand groter oogt dan het in werkelijkheid is. Toen wij aankwamen was het nog deels dicht. We zijn naar binnen gegaan voor iets warms en bleven uiteindelijk langer zitten dan gepland.
Het uitzichtpunt van de Schäfler kam ligt vrij open ten opzichte van de rest van het massief. Richting het noorden zijn er geen hogere toppen die het zicht blokkeren, waardoor de zon hier lang zichtbaar blijft wanneer hij zakt. In de ochtend werkt dat anders en verdwijnt het licht sneller achter de bergen.
Terug naar beneden
De afdaling bracht ons langs de Äscher. De hut hangt onder een overhangende rotswand en lijkt meer op iets dat in die wand is blijven steken, dan een gebouw. De plek zelf wordt al eeuwen gebruikt. In de grotten ernaast – Wildkirchli - leefde in de zeventiende eeuw een kluizenaar, en nog daarvoor werd hier al geschuild. De huidige hut staat er sinds de negentiende eeuw.
Niet veel na de Äscher werd het pad weer breder en het landschap opener. Binnen een paar uur ga je hier van glooiende alpenweides naar scherpe bergkammen en weer terug.