Er zijn bestemmingen waar je een paar highlights bezoekt en daarna weer verder reist. Madeira werkt niet zo. Hier rijd je een bocht om, zegt iemand “wow”, en stop je weer langs de kant van de weg. Camera uit de tas, even kijken, misschien een foto maken.
Wij trokken een paar dagen over het eiland met rugzak en camera en ontdekten al snel dat Madeira zo’n plek is waar plannen regelmatig veranderen. Niet omdat er iets misgaat, maar omdat het landschap steeds opnieuw je aandacht trekt.
Madeira stond al een tijd op ons lijstje. Niet omdat het “de ultieme bestemming voor natuurliefhebbers” zou zijn, dat soort titels krijgen wel meer plekken, maar omdat we steeds beelden zagen waarvan we dachten: dit kan toch bijna niet echt zijn?
Na een paar dagen rondrijden snapten we het beter. Steile kliffen, vulkanisch gesteente, een bijna subtropische vegetatie en een oceaan die overal dichtbij voelt. Het eiland wordt soms vergeleken met Hawaï. Dat klinkt overdreven, maar als je er rondrijdt is die vergelijking ineens minder vreemd.
Waarom-doen-we-dit-onszelf-aan-vroeg bij Pico do Arieiro
Voor de zonsopkomst bij Pico do Arieiro ging de wekker op een tijdstip waar we normaal gesproken niet eens aan denken. Het was nog donker toen we de auto parkeerden en de wind boven op de berg maakte meteen duidelijk dat een extra laag kleding geen overbodige luxe was.
We stonden daar met half dichtgeknepen ogen en vroegen ons kort af waarom dit ook alweer een goed idee was. Tot de lucht begon te veranderen. Eerst een lichte gloed. Daarna roze. Toen goud. En langzaam kwam de zon boven het wolkendek uit terwijl de bergtoppen als eilandjes boven de wolken dreven.
Dat zijn van die momenten waarop je tegelijk fotograaf en toeschouwer bent. Je wilt alles vastleggen, maar ergens weet je ook dat dit gevoel nooit helemaal in een foto past. Dus we maakten foto’s. Maar we hebben ook gewoon even gekeken.
Wandelen langs de levada’s
Dat Madeira zo’n bekende wandelbestemming is, wordt snel duidelijk zodra je het eiland verkent. Overal lopen levada’s: smalle irrigatiekanalen die al sinds de 16e eeuw water van de natte noordkant van het eiland naar het drogere zuiden brengen. Langs die kanalen lopen wandelpaden. Soms breed en ontspannen, soms smal genoeg om even goed te kijken waar je je voeten neerzet.
De wandeling naar 25 Fontes voelde bijna als een groene tunnel. Varens langs het pad, natte rotswanden en water dat constant naast je stroomt. Het licht is hier zacht en diffuus, wat het een fijne plek maakt voor fotografie. Geen harde contrasten, maar lagen groen die langzaam in elkaar overlopen. Het kan er druk zijn, dat klopt. Maar als je iets eerder op pad gaat merk je dat het pad verrassend rustig kan zijn. En dat maakt het verschil.
Fanal – zonder mist
Fanal stond op ons lijstje vanwege die iconische foto’s met dikke mist tussen kromme laurierbomen. Bij ons was het helder. Geen mist. Geen mysterieuze sfeer. De bomen hebben van zichzelf al zulke vreemde vormen dat ze bijna sculpturen lijken. Gedraaid, geknakt en begroeid met mos. Alsof ze zich langzaam hebben gevormd over honderden jaren. Zonder mist zie je juist meer details: de structuren in de bast, het licht tussen de takken, de zachte glooiingen van het landschap.
Viewpoints waar je langer blijft dan gepland
Ponta do Rosto aan de oostkant van het eiland voelde totaal anders dan de rest van Madeira. Minder groen, ruiger en vooral veel wind. Het uitzicht over de zogenaamde Drakenstaart bestaat uit oranje rotsen, diepe kliffen en de oceaan die er voortdurend tegenaan slaat. Wat hier goed werkte voor fotografie was wachten tot de zon iets hoger stond. In het begin lijken de rotsen vrij vlak, maar een paar minuten later ontstaat er ineens veel meer contrast in het landschap. Geduld dus. Niet altijd onze sterkste kant, maar hier wel handig.
Kleine wandeling, groot uitzicht
Vereda dos Balcões is precies het tegenovergestelde van de ruige kliffen. De wandeling is kort en ontspannen en loopt door een rustig bos. Aan het einde opent het landschap zich ineens en kijk je uit over meerdere berglagen die achter elkaar liggen. Het soort uitzicht waarbij je automatisch even blijft staan. Voor fotografie hoef je hier niet ingewikkeld te doen. Een iets lager standpunt werkt vaak al goed zodat de verschillende berglagen beter zichtbaar worden.
Slapen op een klif
Onze slaapplek was er eentje waarvan je bijna hoopt dat niet iedereen hem ontdekt. Een ecologisch verblijf bovenop een klif, verstopt tussen tropische planten en fruitbomen. ’s Ochtends werden we wakker met uitzicht over de Atlantische Oceaan. Gordijnen open, koffie zetten en gewoon even naar buiten kijken. En dan die douche. Met bronwater. En uitzicht op zee.
Dicht bij ons verblijf lag Cascata dos Anjos, een waterval die letterlijk over de weg stroomt. De eerste keer dat we erdoorheen reden was het even schakelen: ruitenwissers aan, snelheid omlaag en een paar seconden nauwelijks zicht.
Bij zonsondergang werd het nog mooier. Het licht kleurde het water warm en de oceaan daarachter werd langzaam donker. Zo’n moment waarop je zegt: nog één foto. En daarna nog eentje.