Een week wandelen in Zwitserland: Appenzellerland & Berger Oberland
Na een lange rit door Duitsland rijden we Zwitserland binnen. Het landschap verandert langzaam: de heuvels worden hoger, het groen intenser en de dorpen lijken steeds meer op de ansichtkaarten die je van dit land verwacht. Onze eerste overnachting is op een boerderij net buiten St. Gallen. Nog voordat we goed en wel zijn uitgestapt, worden we verwelkomd door een nieuwsgierige big die even komt kijken wie er op zijn erf is verschenen. De eigenaren blijken minstens zo vriendelijk als hun dieren. Op het terrein lopen geiten, koeien, paarden, eenden en twee vrolijke varkens rond. We maken een klein rondje over het erf en realiseren ons dat dit een bijzonder fijne plek is om de komende dagen wakker te worden.
Saxer Lücke: wachten tot het landschap verschijnt
De volgende ochtend vertrekken we richting Saxer Lücke, een van de plekken die we vooraf al op talloze foto’s hadden gezien. Toch weet je bij bergen nooit helemaal wat je krijgt. Het eerste deel van de wandeling is in ieder geval weinig spectaculair. We lopen over een stenig pad, midden in de wolken, met nauwelijks uitzicht. Links mist, rechts mist en voor ons vooral veel grijs. Het voelt een beetje alsof we door een decor lopen waarvan het uitzicht nog niet helemaal klaar is.
Maar naarmate we hoger komen, beginnen de wolken langzaam open te trekken. Niet plotseling, maar geleidelijk, alsof iemand voorzichtig een gordijn opent bij de start van een voorstelling. En dan verschijnt hij ineens: de karakteristieke rotspiek van Saxer Lücke. Precies zoals op de foto’s, maar in het echt nog indrukwekkender. Het miezerige weer dat we onderweg hadden, blijkt achteraf helemaal niet erg. Integendeel, het maakt de berg alleen maar dramatischer.
Bergweer en de eeuwige kledingpuzzel
Wie vaker in de bergen wandelt, weet dat het weer daar een eigen logica heeft. Beneden vertrek je in een T-shirt omdat de zon schijnt en het warm is. Halverwege de klim begin je te zweten en boven op de top sta je ineens in een koude wind van zeven graden. Het moeilijkste aan wandelen in de bergen is daarom soms niet de route, maar bepalen wat je moet aantrekken en meenemen. Uiteindelijk loop je vaak met een rugzak vol lagen die je onderweg steeds aan- en uittrekt.
Seealpsee en het Zwitserland uit de ansichtkaarten
Later die week verkennen we Appenzellerland verder en maken we een wandeling richting de Seealpsee. Dit gebied voelt bijna als het schoolboekvoorbeeld van Zwitserland: groene hellingen, houten chalets en koeien die rustig over de bergweides lopen. Die koeien blijken overigens een stuk indrukwekkender wanneer je er daadwerkelijk langs moet lopen. Ze zijn groot, staan vaak midden op het pad en kijken je met een kalme maar enigszins onderzoekende blik aan.
De Seealpsee zelf ligt prachtig tussen twee steile rotswanden en voelt, zelfs op een bewolkte dag, bijna onwerkelijk rustig. Het water ligt stil in de vallei en weerspiegelt de bergen die er omheen liggen.
Nieuwe bergen in het Berner Oberland
Na een paar dagen in het noorden van Zwitserland rijden we door naar het Berner Oberland. Onderweg maken we een korte stop in Thun, een charmant stadje aan het water dat verrassend levendig blijkt. Daarna rijden we verder naar Diemtigen, waar we de komende dagen verblijven.
Het landschap verandert opnieuw. De bergen worden hoger, ruiger en ook een stuk drukker. Waar we eerder soms minutenlang niemand tegenkwamen op een wandelpad, vertrekken hier gondels bijna continu richting de toppen. Dat betekent gelukkig niet dat je geen rust meer kunt vinden. Zoals zo vaak in de bergen geldt ook hier: hoe verder je loopt, hoe stiller het wordt.
Bachalpsee: verder lopen loont
Bachalpsee staat bekend als een van de mooiste bergmeren van Zwitserland en dat merk je meteen. Bij het eerste uitzichtpunt verzamelen zich behoorlijk wat bezoekers die allemaal hetzelfde plaatje willen zien. Maar zodra we het brede pad verlaten en een smaller pad volgen, verandert de sfeer. Het wordt rustiger en het uitzicht opent zich opnieuw.
Tijdens de wandeling kijken we uit over een landschap van gletsjerbergen, groene hellingen en diepe valleien. Af en toe zweeft er een paraglider langs de bergwand, wat het gevoel van hoogte alleen maar versterkt.
Oeschinensee bij zonsopkomst
Voor onze laatste wandeling zetten we de wekker vroeg. Heel vroeg. De Oeschinensee stond al lang op onze lijst en we willen er zijn voordat de eerste gondels arriveren. Wanneer we bij het meer aankomen, hangt er een bijzondere rust. Het water is spiegelglad en de bergen reflecteren perfect in het oppervlak.
Halverwege de wandeling horen we dat er ergens verderop een groep berggeiten loopt. We zien ze niet meteen, maar ruiken ze wel voordat we ze uiteindelijk ontdekken op een rotswand hoog boven het pad. Hoe ze op zulke plekken terechtkomen blijft een klein mysterie.
Waarom we blijven terugkomen
Misschien is dat uiteindelijk wel wat bergen zo bijzonder maakt. Natuurlijk zijn de uitzichten indrukwekkend en de landschappen spectaculair, maar het gaat eigenlijk om iets anders. In de bergen wordt alles even simpel. Je loopt, kijkt om je heen, ademt frisse lucht en vergeet voor een paar uur alles wat normaal gesproken je aandacht vraagt.
En misschien is dat precies de reden waarom mensen al generaties lang naar deze plekken blijven terugkeren.

You may also like

Back to Top