Deze reis maakte ik samen met mijn vader en mijn broertje. Drie man in één auto, een route die we vooraf grotendeels hadden uitgestippeld en een land waar je al snel merkt dat plannen vooral een richtlijn zijn. Want in Noorwegen gebeurt het regelmatig dat iemand ineens zegt: “oké, hier moeten we echt even stoppen.” En meestal blijkt dat ook terecht.
De eerste kilometers na Bergen Airport geven al meteen een goed beeld van wat Noorwegen zo bijzonder maakt. Bergen voelt nog als een stad, maar zodra je de omgeving in rijdt verandert het landschap vrijwel direct. Bergen ligt ingeklemd tussen bergen en fjorden en het duurt niet lang voordat de wegen smaller worden en het landschap steeds ruiger aanvoelt.
Onze eerste stop was bij Fantoft Stave Church, een donkere houten kerk met steile daken en uitgesneden details die eruitziet alsof hij rechtstreeks uit een Noorse saga komt. Terwijl we rond de kerk liepen, viel meteen op hoe oud en robuust het houtwerk is. Niet veel later begonnen ook de eerste watervallen op te duiken. En dat bleek uiteindelijk een soort rode draad door deze reis te worden.
Watervallen en gletsjermeren
Als er één ding is waar Noorwegen echt geen tekort aan heeft, dan zijn het watervallen. Langs de weg, diep in valleien of hoog op kliffen waar het water honderden meters naar beneden stort. We kwamen er onderweg talloze tegen: Mørkhølsfossen, Fossen Bratte en later ook Steinsdalsfossen, waar je zelfs achter de waterval langs kunt lopen.
Het geluid van het water, de nevel die omhoog waait en de kracht waarmee het naar beneden stort maken het elke keer weer indrukwekkend. Tegelijk merkten we ook dat het na een tijdje bijna normaal begint te voelen. Totdat er weer eentje verschijnt die toch net weer groter of indrukwekkender blijkt dan de vorige.
Bergwegen en onverwachte ontmoetingen
Noorwegen heeft de bijzondere eigenschap dat het landschap voortdurend verandert zonder dat je precies merkt wanneer dat gebeurt. Bossen maken plaats voor bergen, valleien worden fjorden en voor je het weet rijd je over een bergroute waar het uitzicht kilometers ver reikt.
Een van die routes was Valdresflye, een bergweg die over een open hoogvlakte loopt. Op het hoogste punt, rond de 1389 meter, staat een klein café waar we besloten even te stoppen. Daar aten we een verse wafel met traditionele zure roompap, een combinatie waar we vooraf niet helemaal zeker van waren maar die na een paar uur rijden door berglandschappen verrassend goed bleek te werken.
Tijdens ons verblijf in Vågå ontdekten we nog een plek die onverwacht indruk maakte: Vågå kyrkje. Deze houten kerk staat midden in het dorp en werd gebouwd tussen 1625 en 1630 door Werner Olsen. Van buiten ziet de kerk er nog vrijwel hetzelfde uit als toen hij werd gebouwd.
Terwijl we rond de kerk liepen raakten we aan de praat met een lokale bewoner. Wat begon als een kort gesprek over de geschiedenis van de kerk, veranderde al snel in een uitgebreid verhaal over het dorp en de regio. Toen hij hoorde dat we de serie Vikings hadden gekeken en daardoor verrassend veel wisten over de Vikingtijd, moest hij lachen. Hij leek oprecht verbaasd dat toeristen daar überhaupt iets van wisten.
Van berglandschap naar fjorden
Een andere plek die ons bijbleef was het Snøhetta viewpoint in het Dovrefjell-Sunndalsfjella Nationaal Park. Vanaf de parkeerplaats loop je een kleine anderhalve kilometer naar Tverrfjellhytta, een bijzonder architectonisch uitzichtpunt dat speciaal is ontworpen om bezoekers uit te laten kijken over de berg Snøhetta en het omliggende landschap. Het gebouw combineert een robuuste stalen buitenkant met een warm houten interieur en grote ramen die het landschap naar binnen halen. Vanuit binnen kijk je uit over het uitgestrekte berggebied waar onder andere de muskusos leeft. We hebben er geen gezien, waarschijnlijk maar goed ook, maar het idee dat ze ergens in dat stille landschap rondlopen maakt het uitzicht toch net iets bijzonderder.
Niet veel later kwamen we bij Vinnufossen, met zijn 865 meter de hoogste waterval van Europa. Vanaf de weg zie je het water al hoog uit de bergen komen en wanneer het smeltwater uit de gletsjers naar beneden stort buldert het met enorme kracht naar beneden.
Na een paar dagen tussen bergen en valleien reden we richting de kust, waar een van de bekendste wegen van het land ligt: de Atlantic Road. Acht kilometer asfalt over bruggen die kleine eilandjes met elkaar verbinden, met aan beide kanten de Atlantische Oceaan.
Een van de bekendste plekken van Noorwegen is voor velen de Geirangerfjord. De fjord snijdt diep het landschap in en wordt omringd door steile kliffen waar watervallen vanaf vallen. Bij Flydalsjuvet en Ørnesvingen stopten we om het uitzicht te bekijken en vanaf Dalsnibba, ongeveer 1500 meter boven zeeniveau, kijk je uit over de fjord en de omliggende bergen.
Terug naar Bergen
Uiteindelijk eindigde de reis weer in Bergen, waar we nog door de stad wandelden langs de vismarkt Fisketorget en de kleurrijke houten huizen in de wijk Knøsesmauet. Na dagen tussen fjorden, bergen en watervallen voelde een stad bijna vreemd rustig.
Misschien wel het lastigste onderdeel van de hele reis was het uitzoeken van de foto’s. Er was simpelweg te veel moois om uit te kiezen. En ergens onderweg gebeurde er nog iets anders. Mijn vader bleek namelijk verdacht vaak degene te zijn die uiteindelijk achter het stuur zat. Niet dat iemand daar echt bezwaar tegen had. Want eerlijk is eerlijk: in Noorwegen maakt het eigenlijk niet uit waar je in de auto zit. Het landschap doet het werk toch wel.

You may also like

Back to Top